Toetsen

Stylophone maakt van een sequencer van acht stappen een instrument

Een analyse van de Stylophone On-The-Fly, een sequencer zonder scherm die van acht stappen hele patronen maakt en werkt met MIDI, CV en Eurorack.

Stylophone On-The-Fly performance sequencer frontaal, volledig zichtbaar op witte achtergrond
Stylophone On-The-Fly, frontaanzicht. Foto: Stylophone

Voor 169 euro krijg je een sequencer die op zes AA-batterijen draait, met MIDI, sync en Eurorack overweg kan en acht losse gate-uitgangen heeft. Dat bedrag maakt de On-The-Fly interessant. Een hardwaresequencer die MIDI en CV tegelijk aanstuurt, kost al snel een stuk meer, en de goedkopere kastjes kiezen meestal voor één van de twee.

De On-The-Fly Performance Sequencer, kortweg OTF, stond in januari 2026 al op NAMM. Sinds 5 november is hij te koop. Dubreq, het Londense bedrijf achter Stylophone, werkte er tien maanden aan. De OTF hoort bij de Pro range, naast de DS-2 en de CPM DF-8, en is het eerste product uit een nieuwe reeks die Music Lab heet.

Wie bij Stylophone alleen aan dat zakorgeltje met de stift denkt: dat bestaat nog steeds. Het merk bouwt inmiddels ook spul voor mensen met een modulair systeem en een tafel vol synths, en de OTF is daar het duidelijkste voorbeeld van.

Zes penlites of een adapter

In de doos zitten de sequencer zelf en vier Eurorack-patchkabels: twee van 20 cm en twee van 45 cm. Een netadapter staat niet in de lijst van de fabrikant. Wil je niet op batterijen spelen, dan heb je een adapter van 12 volt nodig, centre-positive en minstens 1 ampère. Zo’n ding ligt in veel studio’s al ergens in een la, maar met de polariteit moet het wel kloppen. Hoe lang zes AA-batterijen meegaan, vertelt Stylophone niet.

Het kastje is 24,5 cm breed, 13,2 cm diep en 4,2 cm hoog. Dat past in een rugzak naast een laptop, en op een volle tafel neemt het weinig ruimte in. Er zit geen scherm op. Volgens Stylophone zit elke functie direct onder je vingers, zonder menu’s, en daar draait het hele ontwerp om.

De eerste acht stappen

Je begint met acht stappen, verdeeld over twee patronen van vier: A en B. Per stap stel je de toonhoogte en de duty cycle in. Die laatste bepaalt hoe lang de gate openstaat, en daarmee of een noot kort en staccato klinkt of doorloopt naar de volgende.

De toonhoogte wordt gequantiseerd naar een schaal die je kiest. Chromatisch en majeur zitten erin, plus nog een paar andere. Daarnaast is er een continue modus, waarin de CV-uitgang vrije spanningen geeft zonder dat er een schaal tussen zit. Voor een baslijn wil je de schaal, maar wie met dezelfde sequencer een filter of de wavefolder in zijn modulaire systeem aanstuurt, gebruikt de continue modus. Met de transpose-regeling schuif je het hele patroon omhoog of omlaag terwijl het loopt.

Vier stappen per patroon klinkt mager, en voor een melodie is het dat ook. De truc van de OTF zit in wat hij daarna met die acht stappen doet.

Van acht naar 64

Met acht patroonketens zet je A en B in een andere volgorde. AAAA, BBBB, ABAB en nog een paar varianten, en je kunt ze live omschakelen. Zo groeit dat ene setje van acht stappen uit tot een patroon van 16, 32 of 64 stappen. Daarbovenop kies je de richting: Forward, Reverse of Bounce.

Muzikaal werkt dat zoals je een baslijn in een band speelt. Drie keer hetzelfde loopje, de vierde keer een variatie, en na zestien maten een ander couplet. Je krijgt structuur zonder dat je tientallen noten hoeft in te voeren.

Hier zit ook meteen de grens van het concept. Alles wat de OTF speelt, komt uit dezelfde acht noten. Een lange melodie met 32 verschillende toonhoogtes bouw je er niet mee. Variatie haal je uit volgorde, richting en effecten per stap, en minder uit het noten zelf. Voor repeterende electronica en acid-achtige lijnen is dat geen bezwaar. Wie een arpeggio van een minuut wil uitschrijven, zit bij een ander apparaat beter.

Stylophone On-The-Fly sequencer schuin van voren, volledig zichtbaar op witte achtergrond
Stylophone On-The-Fly, schuine bovenaanzicht. Foto: Stylophone

Ingrijpen terwijl het loopt

Per stap kun je effecten toevoegen: skip, rest, tie, slide, ratchet en random. Dat rijtje kennen sequencerliefhebbers wel. Bij de OTF kun je ze tijdelijk gebruiken, zolang je de knop vasthoudt, of ze vastleggen zodat ze in de sequentie blijven.

Daardoor speel je de sequencer als een instrument. Houd een ratchet vast op de laatste stap voor een drumroffel in de baslijn, laat een paar stappen wegvallen voor een break en zet alles weer terug als de drop komt. Met een slide op één stap krijgt een 303-achtige lijn ineens dat glijdende karakter, en random gooit de boel een maat lang door elkaar zonder dat je patroon kapotgaat.

Stylophone-baas John Simpson zegt het zo: “OTF turns sequencing into an instrument.” Dat is een typische marketingzin, en vrijwel elke fabrikant van performance-sequencers zegt hetzelfde. Bij de OTF klopt het wel aardig, omdat bijna alles wat je doet tijdelijk kan blijven. Je durft eerder iets te proberen als je weet dat het weer terugspringt zodra je loslaat.

Wat je goed vindt, bewaar je. Er zijn 24 sequentiegeheugens, en elk geheugen onthoudt de toonhoogte en duty cycle per stap.

Opnemen wat je speelt

Het slimste onderdeel is de looprecorder. Die neemt tot 128 stappen op, inclusief alles wat je onderweg aan de sequentie doet. Er zijn 24 loopgeheugens.

Dat lost een bekend probleem op. Je speelt tien minuten met een patroon, ergens halverwege gebeurt er iets moois met een ratchet en een richtingswissel, en daarna weet je niet meer precies wat je deed. Met de looprecorder leg je die improvisatie vast als een loop die je kunt terugspelen. Voor een liveset is dat ook handig: je bouwt een paar varianten op, zet ze in het geheugen en roept ze op het juiste moment op.

128 stappen is genoeg voor acht maten in zestienden. Langer is er niet bij, maar voor een loop die onder een track doorloopt, is dat zelden een probleem.

Aansluiten op de rest

Aan de achterkant zit meer dan je bij deze prijs verwacht. MIDI in en uit zit op minijacks, dus voor een gewone vijfpolige MIDI-kabel heb je verloopkabels nodig. Verder zijn er sync in en uit, een in- en uitgang voor play en stop, een resetingang, een CV-ingang, een pitch-CV-uitgang en een gate-uitgang. Die gate schakel je tussen 5 en 10 volt, zodat ook oudere of eigenwijze modules goed triggeren. MIDI en CV werken tegelijk. Je kunt dus een softsynth in je DAW en een oscillator in je rack met dezelfde lijn aansturen.

Dan zijn er nog de acht gate-uitgangen per stap, plus een uitgang waarin alle gates bij elkaar komen. Daarmee wordt de OTF ook een triggersequencer. Patch stap 1 naar een kickmodule, stap 5 naar een snare en de rest naar een hihat, en je hebt een eenvoudig drumpatroon zonder losse drumsequencer. Je kunt ook een envelope of een sample-and-hold op één stap laten reageren, zodat er in een patroon van acht stappen precies één moment iets extra’s gebeurt.

Volgens Stylophone kun je meerdere OTF’s koppelen en synchroniseren tot een systeem met meerdere sequencers. Twee stuks, één voor de bas en één voor een lead, lijkt het meest voor de hand te liggen. Zo omzeil je ook de grens van acht noten, al betaal je dan twee keer.

Hand bedient de Stylophone On-The-Fly, met aangesloten kabels, op witte achtergrond
Stylophone On-The-Fly in gebruik. Foto: Stylophone

Het kastje is ook in Eurorack te monteren. Hoeveel HP het dan inneemt en hoe de voeding in een case werkt, vertelt Stylophone in de beschikbare specificaties niet. De OTF is gemaakt om de CPM-lijn van het merk aan te sturen, maar door de standaard CV- en gate-aansluitingen werkt hij met elk modulair systeem.

Wat je mist zonder scherm

Geen scherm betekent snel werken, en dat is precies wat Stylophone wil. Het heeft ook een prijs. Je ziet geen waarde in getallen, je kunt patronen geen naam geven en met 24 sequentiegeheugens en 24 loopgeheugens moet je zelf onthouden wat waar staat. Op een donker podium met een bierviltje als spiekbriefje is dat te doen. Wie voor een album tientallen patronen wil beheren, merkt het verschil met een sequencer met display of een softwarebewerker.

De minijacks voor MIDI zijn de tweede kanttekening. Ze besparen ruimte, maar betekenen in de praktijk een extra verloopkabel in je tas, en die zit er niet bij. Hetzelfde geldt voor de adapter. Bij een apparaat dat zo nadrukkelijk voor live spelen is bedoeld, had een netadapter in de doos erbij mogen horen.

En dan dat plafond van acht noten. Het is een bewuste keuze en de ketens maken veel goed, maar het blijft een keuze die bepaalt wat voor muziek je ermee maakt.

De Korg SQ-1 als maatstaf

De sequencer die er het meest op lijkt, is de Korg SQ-1. Ook klein, ook op batterijen, ook met CV, gate, MIDI en sync, en ook zonder menu’s. De SQ-1 is al jaren op de markt en tweedehands makkelijk en goedkoop te vinden. Hij heeft twee rijen van acht stappen, dus zestien eigen toonhoogtes, en dat is precies twee keer zoveel als de OTF.

Op de rest wint de OTF. De patroonketens, de effecten per stap, de looprecorder met 24 geheugens en de acht losse gate-uitgangen heeft de Korg niet. Ook de keuze tussen 5 en 10 volt voor de gate en de mogelijkheid om in Eurorack te monteren maken de OTF beter geschikt voor een modulair systeem. Grofweg kies je de SQ-1 om melodieën in te voeren en de OTF om een kort motief live te laten groeien.

Waar hij goed in is

Wat de OTF goed doet, is drempels weghalen. Acht stappen invoeren duurt een minuut, en daarna zit al het werk in spelen: ketens wisselen, richting omdraaien, een ratchet erin, een stap eruit. Dat past bij hoe veel mensen met een modulair systeem of een paar desktopsynths werken. Je zoekt een groove en blijft eraan sleutelen tot het goed voelt.

Voor 169 euro krijg je daarbij een set aansluitingen die je eerder op duurdere apparaten ziet. Vooral de acht gate-uitgangen per stap maken van een melodiesequencer ook een klein ritmecentrum. Dat het geen lange melodieën aankan en dat je geen scherm hebt, zijn de prijs voor die directheid. Wij vinden het een goed gekozen ruil, zolang je weet dat je met korte motieven werkt.

Wat er nog komt

De OTF is het eerste product in de Music Lab-reeks, dus Stylophone heeft meer in de planning. Wat er volgt en of die apparaten met de OTF gaan samenwerken, heeft het merk nog niet verteld. Ook een paar praktische vragen staan nog open: hoeveel HP de sequencer in een Eurorack-case inneemt, hoe lang een set batterijen meegaat en hoe het koppelen van meerdere exemplaren in de praktijk werkt. Hoe de OTF zich na maanden op het podium en in de studio houdt, moet nog blijken. Wel staat vast dat er een patroonsequencer van 169 euro bij is gekomen die met batterijen, MIDI en CV werkt.