Toetsen

Dreadbox Alecto is een drumsynth met twee stemmen en een eigenwijze sequencer

Een analyse van de Dreadbox Alecto, een analoge percussiesynth met twee stemmen en polymetrische sequencers, als desktop of Eurorack-module.

Dreadbox Alecto, vooraanzicht
Dreadbox Alecto, vooraanzicht. Foto: Dreadbox

Wat moet je met een drumsynth die maar twee geluiden tegelijk maakt, als een gewone drummachine er acht of meer heeft?

Dat hangt ervan af wat je onder drums verstaat. Dreadbox bracht de Alecto op 3 november 2026 uit en noemt hem een analoge percussiesynthesizer. Die naam klopt. Je krijgt twee identieke stemmen met zoveel synth aan boord dat ze kicks, toms, metalen tikken, baslijnen en drones aankunnen. Een complete drummachine met hihats, clap en songmodus is het niet, en daar doet Dreadbox ook geen moeite voor.

De Alecto heeft hetzelfde formaat als de Hades, Erebus en NYX. Je zet hem als desktop op tafel of schroeft hem als 42 HP-module in je Eurorack-kast. Er is geen MIDI, geen display en geen menu. Dreadbox vraagt 250 euro voor de bouwkit en 315 euro voor de gemonteerde versie, allebei exclusief btw en direct bij de fabrikant te bestellen.

De naam komt uit de Griekse mythologie, zoals altijd bij Dreadbox. Alecto was een van de wraakgodinnen, geboren uit het bloed van Uranus. Volgens de fabrikant past dat bij ritmes die nooit stilstaan. Dat is het soort zin dat je in een persbericht verwacht, maar het slaat hier toevallig wel ergens op, zoals verderop blijkt.

Twee stemmen met elk een kleine synth

Elke stem heeft twee analoge oscillatoren met FM, een ruisgenerator, twee analoge filters en twee envelopes. Twee oscillatoren per drumstem is royaal. Veel analoge drumkanalen doen het met één oscillator en wat ruis. Met die tweede oscillator kun je ontstemmen, en daar komen de metalige, ringende geluiden vandaan die je voor cowbells, industriële klappen en toms met een randje wilt.

Met een schakelaar van vijf standen kies je hoe de oscillatoren samenwerken. De eerste twee standen geven een gewone VCO met een lowpass-filter erachter, de bekende basis voor kick en tom. Stand drie zet twee driehoeksgolven naast elkaar, wat zachter en ronder klinkt. De laatste twee standen zijn FM, en daar wordt het interessant. Daar trek je de Alecto weg uit het vertrouwde 808-gebied, richting glazige tikken en geluiden die eerder op een gebarsten bel lijken.

De bediening is slim samengevoegd. TUNE regelt de toonhoogte en schuift het filter mee, TIMBRE regelt de detune van de tweede oscillator en tegelijk een filteroffset. Je kunt toonhoogte en filter dus niet helemaal los van elkaar instellen. Dat is een beperking voor sounddesigners die alles willen bepalen, maar het werkt snel: met één knop ga je van een diepe kick naar een hoge tom en het geluid blijft in balans.

Verder heeft elke stem een DECAY-knop en BEND voor de pitch-envelope. Met BEND bepaal je hoe ver de toonhoogte aan het begin van de klap naar beneden zakt, de klassieke manier om een kick zijn klap te geven. De witte ruis heeft een balansregeling, zodat je ruis en oscillator mengt voor snares en hihat-achtige geluiden. Daarbij komt een click-burst die je zacht of hard zet.

Het geheel heeft het karakter dat je van Dreadbox kent: een stevig laag en wat korrel bovenin. Wie de Hades of Erebus kent, hoort de familie terug. De Alecto gaat van stevige technobeats tot diepe drones, en het brede middengebied tussen die twee uitersten is waar hij het meest eigen klinkt.

Wat de schakelaars doen

Onder de knoppen zitten een paar schakelaars die het verschil maken. CLICK zet een extra tik op de aanslag, handig als je kick in een volle mix moet doorkomen. ATTACK doet het omgekeerde en maakt het begin van het geluid zachter. Dat is ongewoon op een drumsynth, en juist daardoor bruikbaar: zachte swells, een kick die meer duwt dan slaat, of een stem die als bas onder de andere stem ligt.

DRONE zet de VCA-envelope uit. De stem klinkt dan gewoon door, zonder dat er een trigger nodig is. Met de LFO op TIMBRE of TUNE gepatcht krijg je zo een bewegende drone onder je ritme. Omdat je twee stemmen hebt, kan de ene stem een drone spelen en de andere een ritme. Dat is meteen het grootste argument tegen de vraag uit de opening.

Tot slot is er een hoogdoorlaatfilterschakelaar. Dreadbox noemt drie standen. Daarmee haal je laag weg, zodat een stem als percussie of hihat in de mix past zonder het laag van de kick te vertroebelen. Op een apparaat met maar twee stemmen is dat geen luxe, want vaak moet één stem iets heel anders doen dan de andere.

Een sequencer die alleen telt

Elke stem heeft een eigen trigger-sequencer, en hier zit de eigenwijze kant van de Alecto. Met een draaiknop stel je de lengte in van 2 tot 8 stappen, met een schakelaar de klokdeling: 1, /2 of /4. Per cyclus geeft de sequencer precies één trigger. Een lengte van 4 betekent dus een klap elke vier stappen, een lengte van 3 een klap elke drie stappen.

Dat lijkt karig, en dat is het ook als je aan een stappensequencer met zestien knopjes denkt. Het slimme zit in de combinatie. Zet stem één op 4 en stem twee op 3, en het patroon herhaalt zich pas na 12 stappen. Kies 5 en 7, en je zit op 35 stappen voor alles weer gelijk loopt. Met de klokdeling erbij verschuiven de verhoudingen verder. Zo ontstaan polymetrische ritmes die voortdurend veranderen terwijl je niets aanraakt. Het idee lijkt op de ritmesectie van de Moog Subharmonicon, al werkt de Alecto puur met triggers.

Een four-on-the-floor kick is één draai aan de knop. Een breakbeat met ghostnotes en een verschoven snare krijg je er niet uit. Er is geen stapinvoer, geen velocity per stap, geen kans per stap en geen songmodus. Voor techno, industrial en ritmische noise is dat minder erg dan het klinkt, want daar draait het vaak om herhaling die langzaam verschuift. Voor alles wat op een gewone drumpartij moet lijken, heb je een externe sequencer nodig.

Het tempo deel je tussen de twee sequencers en loopt volgens Dreadbox van 30 tot 7680 BPM. Dat laatste getal is geen drukfout. 7680 BPM is 128 tikken per seconde, en dan ben je eerder bij een toon dan bij een ritme. Op die snelheden wordt de sequencer een geluidsbron op zich, met zoemende en ratelende texturen.

Wel even wennen: de sequencer denkt anders dan bijna elke andere drumsequencer. Wie gewend is aan een TR-achtige rij knoppen, moet de knoppen hier zien als verhoudingen in plaats van posities. Je kunt de stemmen ook met de hand spelen via de verlichte triggerknoppen, wat live goed werkt voor fills en accenten.

De patchbay en Eurorack

De patchbay heeft 21 punten en daar wordt de Alecto een stuk ruimer. Per stem zijn er ingangen voor TRIGGER, VELOCITY, TUNE, TIMBRE en MORPH, plus een uitgang van de BEND-envelope. Voor de sequencer zijn er clock IN, START, RESET en OUT, zodat je hem aan een andere klok hangt of zelf andere apparaten aanstuurt.

De LFO heeft een breed bereik en twee uitgangen: een blokgolf op vol niveau en een driehoek die al wat verzwakt is. Die LFO bereik je alleen via de patchbay, en hij loopt los van het tempo van de sequencer. Jammer, want een filtersweep die netjes over vier maten loopt, moet je dan op het oor instellen, of met een externe klokgestuurde LFO in je modulaire kast oplossen.

Met de VELOCITY-ingang haalt een externe sequencer veel meer uit de stemmen dan de interne. In een Eurorack-kast past een Erica Synths Drum Sequencer, op tafel een Arturia Keystep Pro met trigger- en CV-uitgangen. Dan krijg je dynamiek per stap, en met CV op TUNE ook melodische baslijnen uit één stem. De interne sequencer blijft intussen bruikbaar als tweede laag.

In Eurorack vraagt de Alecto +12 V bij 180 mA en -12 V bij 80 mA. Dat is bescheiden voor twee volledige analoge stemmen. Met 42 HP neemt hij wel een flinke hap uit een kleinere kast, maar je krijgt twee drumstemmen, twee sequencers en een LFO voor die ruimte. Dat is minder dan wat twee losse drummodules met een kloksequencer erbij zouden innemen.

Stroom, uitgangen en wat er in de doos zit

Los op tafel werkt de Alecto op 5 volt via USB. Je hebt een adapter nodig van minstens 1000 mA, en reken er niet op dat die in de doos zit. Een USB-kabel zit er ook niet bij. De USB-aansluiting dient alleen voor stroom in standalone-gebruik, in een Eurorack-kast loopt alles via de flatcable. Dreadbox-apparaten op USB-voeding, zoals de Nymphes, reageren gevoelig op een rommelige lader, dus een fatsoenlijke adapter is geen overbodige uitgave.

Elke stem heeft een eigen uitgang op 3,5 mm-jack, en er is een masteruitgang die ook voor je koptelefoon dient. Een volumeknop voor die masteruitgang ontbreekt. Op een mengpaneel of audio-interface los je dat op met de gain, met een koptelefoon direct op het apparaat is het onhandig. Voor opnames zijn de losse uitgangen sowieso de betere keuze, want dan behandel je kick en percussie apart.

In de doos zitten de 42 HP-behuizing en een flatcable. Patchkabels en een gedrukte handleiding zitten er niet bij. Voor een apparaat dat zo op patchen leunt, is een handvol korte kabels geen gekke wens. Dreadbox publiceert de handleiding online, maar dat is iets anders dan een boekje dat bij de doos ligt.

Bouwkit of gemonteerd

Het verschil tussen de bouwkit en de gemonteerde Alecto is 65 euro, in beide gevallen exclusief btw. Wie graag soldeert, haalt dat geld er makkelijk uit. Houd er wel rekening mee dat Dreadbox geen garantie geeft op een bouwkit die niet gemonteerd is verkocht. Een koude soldeerverbinding is dan jouw probleem.

Voor wie nooit eerder een kit heeft gebouwd, is 65 euro voor een gegarandeerd werkend apparaat een redelijke prijs. Dreadbox verzendt binnen twee tot vier werkdagen. Bij andere winkels is de Alecto voorlopig niet te vinden.

Ons oordeel over de Alecto

De Alecto is het meest overtuigend als je hem ziet als twee kleine synths die een ritme met elkaar hebben afgesproken. De klankmotor is flexibel en klinkt echt analoog. De ATTACK- en DRONE-schakelaars zijn kleine ingrepen die het apparaat ver buiten het gewone drumgebied brengen. Voor 315 euro exclusief btw krijg je veel synthese voor je geld.

De beperkingen zijn net zo duidelijk. Zonder MIDI, zonder volumeknop op de masteruitgang en met een LFO die niet meeloopt met het tempo vraagt hij om een omgeving die hem aanvult. De interne sequencer is origineel en levert verrassende patronen op, maar hij is gemaakt voor ritmes die verschuiven. Wie kant-en-klare beats wil programmeren, zit met deze sequencer op de verkeerde plek. Wie juist wil dat het ritme zichzelf blijft herschrijven, heeft er een fijn speeltje aan.

Naast de Behringer Edge

De Alecto komt het dichtst bij de Behringer Edge, de semimodulaire percussiesynth die op de Moog DFAM leunt. Ook de Edge combineert twee oscillatoren met ruis en een filter, en ook de Edge vraagt om patchkabels. Het grootste verschil zit in de sequencer. De Edge heeft één stem met acht stappen waarin je per stap toonhoogte en velocity instelt, waardoor hij melodische en wisselende patronen speelt. De Alecto heeft twee volledige stemmen, maar zijn sequencers tellen alleen hoe vaak ze slaan, en laten het patroon ontstaan uit de botsing tussen die twee tellingen.