In welke volgorde zet je je gitaarpedalen?
Waarom de tuner vooraan staat en de reverb achteraan, waar je twijfelgevallen zoals wah en fuzz kwijt kunt en wanneer je de regels gerust omgooit.

Op de vloer liggen een tuner, een compressor, twee drives, een chorus, een delay en een reverb. Met zeven pedalen kun je duizenden volgordes maken. De meeste klinken prima, een paar klinken alsof er een natte deken over je amp ligt. Met één simpel principe kom je al een heel eind.
Hoe je signaal door de pedalen gaat
Elk pedaal bewerkt wat het van het vorige pedaal krijgt. Staat een delay achter een overdrive, dan herhaalt de delay de vervormde noot. Zet je de delay ervoor, dan vervormt de overdrive ook alle herhalingen. Daar draait het hele verhaal om: de volgorde bepaalt welk pedaal wat bewerkt.
Een handig ezelsbruggetje is een versterker in een zaal. Eerst maakt de amp zijn geluid, met of zonder vervorming. Daarna kaatst dat geluid tegen de muren en hoor je echo en galm. Die natuurlijke volgorde is ook de volgorde die de meeste gitaristen op hun pedalboard aanhouden.
In grote lijnen komt eerst wat het signaal meet of vormt, dan wat de basis van je klank maakt, dan wat die klank kleurt en als laatste de ruimte. Boss en Strymon komen in hun eigen adviezen op vrijwel dezelfde volgorde uit. Beide fabrikanten zeggen er ook bij dat het een uitgangspunt is en geen wet.
De basisvolgorde stap voor stap
Van de jack van je gitaar naar de input van je amp:
- Tuner vooraan. Een tuner moet de toonhoogte herkennen, en dat lukt het best met het signaal zoals het uit de gitaar komt. Na een vieze drive of een ping-pong delay raakt elke tuner in de war. Zeker als je net nieuwe snaren hebt opgezet en om de paar minuten bijstemt, wil je dat hij klopt.
- Pitch, octaaf en synth. Pedalen als de Boss PS-6 Harmonist, de OC-5 en de SY-1 moeten precies horen welke noot je speelt. Met een vervormd signaal vol boventonen gaat dat mis, dus deze komen vroeg.
- Compressor. Een compressor doet zijn werk het best als het volume dat binnenkomt gelijkmatig is. Je wilt het geluid van je gitaar egaliseren voordat de andere effecten erbij komen, dus zet je hem dicht bij de gitaar.
- Wah. Boss zet de wah direct na de tuner en voor de drive, en zegt er zelf eerlijk bij dat de meningen verschillen. Strymon zet filters zoals de wah ook aan het begin.
- Gainpedalen, van licht naar zwaar. Overdrive, distortion en fuzz vormen de kern van je klank. Heb je er meerdere, dan stapel je ze van de lichtste drive naar de zwaarste distortion.
- Noise gate. Zet de gate achter je gainpedalen, zodat hij de ruis vangt die daar ontstaat. Boss noemt de NS-2 als voorbeeld.
- Modulatie. Chorus, flanger, phaser en tremolo komen na de drives. Daar bewerken ze de vervormde klank met al zijn boventonen, waardoor het effect meer opvalt in de mix.
- Looper. Boss zet een looper zoals de RC Loop Station-serie voor de delay. Zet je de delay ervoor, dan zit de echo vast in je loop. Wil je dan iets aan die echo veranderen, dan moet je hem opnieuw opnemen, en dat wil je tijdens een optreden niet.
- Delay. Na de distortion klinken de herhalingen helderder en gelijkmatiger. Ervoor gaan ze door de compressie van de drive in elkaar overlopen of vallen ze ineens weg.
- Reverb als laatste. Zet je de reverb voor de delay, dan herhaalt de delay een galmend signaal. Dat wordt al snel modderig.
Strymon geeft een voorbeeldketen die precies op dit schema past:
Gitaar > compressor > volumepedaal > wah > overdrive > chorus > tremolo > delay > reverb > versterker
Fuzz is een geval apart
Fuzz hoort bij de gainpedalen, maar vervormt nog harder dan overdrive en distortion. Veel klassieke fuzzpedalen klinken het best als ze rechtstreeks de gitaar zien en zijn kieskeurig over wat ervoor zit. Boss raadt aan om een fuzz zonder true bypass zelfs voor de tuner te zetten.
Doe je dat, zet de fuzz dan uit tijdens het stemmen. Anders probeert je tuner een brommende muur van vervorming te lezen.
Waar laat je het volumepedaal?
Het volumepedaal kan op twee plekken staan, en beide hebben een eigen functie. Vooraan, zoals in de keten hierboven, regel je hoeveel signaal de drives krijgen. Trek je het pedaal een stukje terug terwijl je overdrive aanstaat, dan wordt je geluid cleaner. Zo gebruik je het als extra gainknop.

Zet je het volumepedaal vlak voor de delay en reverb, dan werkt het als een gewone volumeknop voor het hele bewerkte geluid. Een volledig vervormd akkoord kun je dan langzaam laten opkomen zonder dat de vervorming onderweg minder wordt. Bovendien lopen de echo’s en de galm door als je het pedaal dichttrekt. Voor zwelgeluiden is dat de prettigste plek.
Delay en reverb in de effectenloop
Haal je je vervorming uit de amp zelf, dan heb je een probleem. Al je pedalen gaan dan vóór de voorversterker, dus de echo’s en de galm worden vervormd door het distortionkanaal. Dat klinkt al snel als soep.
Daar is de effectenloop voor, met de aansluitingen Send en Return. Die loop zit tussen de voorversterker en de eindversterker. Strymon raadt aan om delay en reverb daar te zetten, en eventueel ook je modulatie en het volumepedaal. De rest blijft gewoon voor de input van de amp.
Een effectenloop is serieel of parallel. In een seriële loop gaat het hele signaal door je pedalen. In een parallelle loop gaat een deel door de pedalen en loopt de rest onbewerkt door naar de eindversterker. Met de effectknop op de amp meng je die twee.
Bij een parallelle loop zet je de MIX-knop van je pedalen op 100%. De amp regelt de mix al, dus het droge signaal heb je in het pedaal niet nodig. De TimeLine en BigSky van Strymon kunnen dat droge signaal ook helemaal uitzetten met Kill Dry, de instelling DRYSIG in het GLOBLS-menu. Strymon raadt dat af als er meer dan één pedaal in de loop zit.
Fouten die je vaak ziet
- Delay en reverb voor de gainpedalen zetten zonder dat je dat bewust doet. Echo’s en galm lopen dan in elkaar over en de vervorming maakt er pap van.
- Een octaafpedaal of een harmonizer achter de distortion. Die pedalen kunnen de toonhoogte dan niet goed volgen en gaan glitchen.
- Een ruisend pedaal vooraan en daarna een hoop volume erbij. Alles wat volume toevoegt, zoals een compressor, wah, EQ of drive, versterkt ook de ruis van de pedalen die ervoor staan. Zoek je een bron van gesis, kijk dan eerst wat er helemaal vooraan staat.
- De tuner ergens halverwege. Dan stem je op een signaal dat al door van alles is bewerkt.
- Gewoon te veel tegelijk aanzetten. Vier modulaties en twee drives over elkaar klinken thuis misschien vol, in de band hoor je vooral een rommelige brij.
Wanneer je de regels gerust breekt
De volgorde hierboven is een vertrekpunt, en de geschiedenis van de gitaar hangt vol met opstellingen die er lak aan hebben. Het bekendste voorbeeld is Eddie Van Halen, die zijn phaser voor de vervorming zette. De phaser bewerkt dan het clean signaal en de distortion maakt van die zwiep iets breeds. Probeer het eens met je eigen phaser of chorus voor de drive en hoor zelf welke versie je mooier vindt.
Hetzelfde geldt voor delay voor de distortion. Voor nette herhalingen is het een fout, maar als je een vervormde wolk van echo’s zoekt, is het juist de bedoeling. Het verschil zit erin of je het met opzet doet.
Begin je net met een pedalboard, neem de basisvolgorde dan letterlijk over: tuner, pitch, compressor, wah, drives van licht naar zwaar, gate, modulatie, looper, delay, reverb. Dat klinkt vrijwel altijd goed. Heeft je amp een effectenloop en haal je je vervorming uit de amp, verhuis dan delay en reverb naar de loop. Ga pas daarna schuiven met de modulatie en het volumepedaal. Dat zijn de plekken waar experimenteren het meest oplevert.


