Audio apparatuur

Audient Horizon 8P zet consolepreamps in een Thunderbolt-rack

De Audient Horizon 8P zet acht preamps van de ASP8024-console in één rackunit. We zetten hem naast de UA Apollo x8p en Audients eigen iD-reeks.

Audient Horizon 8P mengpaneel, bovenaanzicht, met faders, knoppen en transportbediening
Audient Horizon 8P. Foto: Fender

Wat komt Audient eigenlijk doen in het rack van een professionele studio, waar Universal Audio, RME en Antelope al jaren de dienst uitmaken?

Meer dan je zou denken. De meeste thuisproducers kennen Audient van de iD- en EVO-interfaces op het bureau, maar het merk is groot geworden met mengtafels. De ASP8024 kwam in 1998 uit, precies toen de computer de analoge studio begon op te eten, en die console wordt nog altijd gebouwd. Met de Horizon-serie, aangekondigd in september 2026, haalt Audient die twee kanten van het bedrijf eindelijk samen. De Horizon 8P is het model voor de opnamestudio: een Thunderbolt 3-interface van één rackunit met acht micvoorversterkers die rechtstreeks van die console zijn afgeleid.

De serie telt drie modellen. De Horizon 16 en Horizon 32 hebben geen eigen preamps en zijn gemaakt voor studio’s die al een tafel of een rek met outboard hebben. De 8P is de enige met voorversterkers aan boord, en daarmee het model dat het meest rechtstreeks tegenover de bekendste concurrent komt te staan: de Apollo x8p van Universal Audio. Ook een 1U-kast, ook acht preamps, ook Thunderbolt 3. Daar houdt de gelijkenis wel zo’n beetje op.

Waarom Thunderbolt hier wel uitmaakt

Bij een interface met twee of vier ingangen is USB al jaren ruim voldoende. Pas als je met tientallen kanalen tegelijk werkt, meerdere apparaten aan elkaar wilt knopen en door plugins wilt monitoren zonder merkbare vertraging, gaat de bandbreedte en de efficiëntie van de driver tellen. Daar zit het verschil tussen een bureau-interface en dit soort racks, en daarom kiest Audient voor Thunderbolt.

Audient belooft een round-trip latency van 0,99 ms bij 192 kHz. Dat getal klinkt mooi, maar zet het wel in perspectief. Het geldt bij de hoogste samplerate en een kleine buffer van 64 samples. Op 48 kHz met dezelfde buffer duurt een rondje langer, en wie op 192 kHz een sessie vol zware plugins draait, vraagt veel van zijn processor. Toch is het een goede score: onder de twee milliseconden merk je als zanger of gitarist in je koptelefoon niets meer van vertraging.

Universal Audio lost hetzelfde probleem al jaren anders op. In een Apollo zitten DSP-chips die de Unison-preamps en UAD-plugins vrijwel zonder latency laten draaien, los van je computer. Audient doet daar bewust niet aan mee. Volgens Andrew Allen, Chief Product Officer bij Audient, wordt dat gesloten DSP-model steeds minder waard nu Apple Silicon zo snel is geworden. Hij heeft een punt, al is het ook een handig verhaal voor een fabrikant die zelf geen pluginwinkel heeft. Wie al jaren aan UAD-plugins gehecht is, krijgt met de Horizon die vertrouwde monitoring met effecten niet terug.

Preamps tegenover Unison

De acht voorversterkers zijn discreet Class-A en gebaseerd op het ontwerp van de ASP8024-HE, de Heritage Edition van de console. Per kanaal krijg je tot 75 dB gain, phantom power, een pad van -10 dB en een variabel high-pass filter. Dat is meer gain dan je nodig hebt voor een SM7B op een zachte zangeres, en het pad vangt een kickdrummicrofoon op zonder dat de ingang dichtslaat.

Het opvallende extraatje heet ORBIT Control. Daarmee verander je de ingangsimpedantie van de preamp in drie standen: Low, Mid en High, ofwel 220, 1200 en 2800 ohm. High is de standaard. Een lage impedantie geeft vooral bij microfoons als een SM57 of SM7B en bij lintmicrofoons een donkerder, voller karakter, de hoge stand klinkt opener en laat de microfoon het meest zichzelf zijn. Het is een echte analoge ingreep in het signaalpad, geen emulatie.

Daar zit ook het verschil met Unison. Een Apollo laat de preamp zich via DSP gedragen als een Neve, een API of een andere klassieker, inclusief impedantie, gain-gedrag en kleur. Dat is een veel breder palet. ORBIT is bescheidener: drie standen, één schakelaar. Wie graag aan knoppen draait, had liefst een traploze regeling gezien of minstens een paar extra tussenstappen. Daartegenover staat dat je bij de Horizon opneemt wat de preamp en de microfoon echt doen, zonder dat je over een paar jaar afhankelijk bent van een pluginlicentie om een sessie terug te halen.

Over het geluid kunnen we kort zijn. De preamps zijn stil, transparant en hebben genoeg headroom, en de 32-bit converters met 192 kHz als maximum horen bij de bovenkant van de markt. Audient noemt 133 dB als afstand tussen ruisvloer en maximaal niveau voor de reeks. Maar wie nu opneemt op een degelijke interface uit het middensegment, gaat geen wonderen horen. Het verschil zit in de randen: minder ruis bij veel gain, meer marge bij harde bronnen en een converter die bij het terugspelen netjes blijft. De echte winst van de 8P zit in hoe hij in een studio past.

Een achterkant vol DB25

Aan de voorkant zitten twee JFET-instrumentingangen voor de eerste twee kanalen, zodat je een gitaar of bas zonder DI-box kunt inpluggen. Daarnaast twee koptelefoonuitgangen op 6,35 mm jack, een display en een encoder om de gains en instellingen te regelen zonder muis.

De acht microfooningangen zitten achterop, als combi-aansluitingen voor XLR en TRS. In een rack is dat minder handig dan het lijkt: wie elke sessie andere microfoons inplugt, zit al snel met zijn arm achter de kast te graaien. De Apollo x8p heeft hetzelfde probleem, want ook daar zitten de micingangen achterop. In een studio met een patchbay maakt het niets uit, in een kleine ruimte zonder patchbay wordt het een bekende ergernis.

Dan de DB25-aansluitingen. Via de ene komen acht lijningangen binnen die de preamps overslaan en rechtstreeks naar de converters gaan. Dat is fijn voor een externe preamp, een summing mixer of de stereomix van een tafel. Let wel: het blijven dezelfde acht analoge kanalen. De fabrikant noemt 24 ingangen, maar dat zijn er acht analoog en zestien via ADAT. Je kunt dus geen acht microfoons en acht lijnsignalen tegelijk binnenhalen via de achterkant.

Aan de uitgangskant is de 8P royaler. Je krijgt acht lijnuitgangen via DB25 en vier extra op TRS, samen twaalf analoge uitgangen. Daar hang je je monitors, een paar reamp-kanalen en een rij outboard aan. Met de zestien ADAT-kanalen en de twee stereo koptelefoonuitgangen kom je zo op de 32 uitgangen uit de specificaties.

De ADAT-poorten zijn twee optische aansluitingen voor zestien kanalen in en uit. Zoals bij ADAT altijd het geval is, halveert dat aantal bij hogere samplerates. Verder zijn er BNC-aansluitingen voor word clock in en uit, selecteerbare referentieniveaus en twee Thunderbolt 3-poorten met Type-C-stekker. Een Thunderbolt-kabel zit niet in de doos, wat bij een apparaat in deze klasse wat krenterig aanvoelt. De voeding zit ingebouwd met een gewone IEC-aansluiting, dus geen adapter die achter het rack bungelt.

Vergeleken met de Apollo x8p is de 8P iets meer gericht op aansluiten en laten zitten. De DB25-poorten maken het makkelijk om alles via een patchbay vast te bedraden, en de lijningangen die de preamps overslaan zijn handig voor wie al betere voorversterkers in het rek heeft hangen.

Van bureau naar rack

Het is interessant om de 8P naast Audients eigen bureau-interfaces te zetten. De iD14 en iD44 gebruiken ook console-afgeleide preamps en hebben dezelfde nuchtere opzet, maar ze zijn gemaakt voor een of twee mensen achter een bureau. Wie gaandeweg meer synths, drumcomputers en microfoons heeft verzameld dan zijn interface ingangen heeft, begint elke sessie met kabels omprikken. Dat is precies het probleem dat de 8P oplost.

Logo van FADE audio, grote grijze letters op zwarte achtergrond
FADE audio-logo. Foto: FADE

Hetzelfde geldt voor de stap vanaf een USB-interface met acht preamps, zoals de Scarlett 18i20 uit onze review van de Focusrite Scarlett 3rd Gen. Die doet op papier veel hetzelfde voor een fractie van het geld. Het verschil zit in de converters, in de uitbreidbaarheid en in de recall van instellingen. Of dat het prijsverschil waard is, hangt af van hoeveel je per week opneemt en hoeveel kanalen je echt tegelijk gebruikt.

Horizon Control en recall

De software heet Horizon Control en is uitsluitend voor macOS. De installatie is een tikje omslachtig, zoals bij de meeste Thunderbolt-apparaten op de Mac:

  1. Keur in Systeeminstellingen de systeemextensies van Audient goed.
  2. Open Horizon Control, dat zo nodig eerst de firmware van de aangesloten interface bijwerkt.
  3. Voeg de interface handmatig toe in Horizon Control. De eerste Horizon die je toevoegt, wordt de Primary interface.

Daarna is het een overzichtelijk geheel. Het grootste voordeel is digitale recall van alle ingangsgains en systeeminstellingen. Je slaat de instellingen van een drumsessie op en zet ze een week later met één klik terug, inclusief gain, pad, filter en ORBIT-stand per kanaal. Bij een analoge preamp met draaiknoppen moet je dat met foto’s en briefjes doen. De aanpak van Horizon Control lijkt op die van Focusrite Control: alles in één venster, zonder diepe menu’s.

De Apollo heeft met de Console-app ook recall, maar daar draait het meer om de mixer met UAD-plugins. Horizon Control is soberder en richt zich op routing, monitoring en preamps. Wie gewend is aan de DSP-mixer van UA, mist misschien de mogelijkheid om een compressor en een plate reverb op de koptelefoonmix te zetten zonder latency. Wie toch al via native plugins in de DAW monitort, mist niets.

Op het toestel zelf zit een display dat Audient Motion UI noemt. Daarop regel je gains en instellingen met knoppen en een encoder. In de eerste firmware springt het scherm na een paar seconden terug naar de meters, wat irritant is als je net iets aan het instellen bent. Audient belooft daar meer keuze in te geven.

Groter worden met meer units

Hier is de Horizon-serie het sterkst. Tot vier Horizon-units werken samen op één macOS-driver. Met vier Horizon 32’s kom je zo op een systeemmaximum van 200 ingangen en 200 uitgangen, ruim genoeg voor een flinke studio met een volle tafel. Voor een 8P-eigenaar is de logische volgende stap een Horizon 16 erbij voor outboard en externe preamps, zonder tweede driver of een omweg via ADAT.

Ook via ADAT kun je verder groeien. Twee Audient ASP880-preamps aan de optische poorten geven je in totaal 24 ingangen met console-preamps, in één klap. Dat is een realistische route voor een studio die eerst met acht kanalen begint en later complete drumkits met room-microfoons en een band in één keer wil opnemen.

Universal Audio kan ook meerdere Apollo’s koppelen, maar daar draait de uitbreiding vooral om meer DSP en meer Unison-kanalen. Bij Audient gaat het om I/O en eenvoud: één driver, één softwarevenster, één klok. Voor een opnamestudio die vooral kanalen nodig heeft, is dat de prettigere aanpak.

Waar hij tekortschiet

Het grootste minpunt is het platform. De Horizon werkt alleen op een Mac. Bij de introductie was er geen Windows-ondersteuning, en Audient zegt dat het die later overweegt. Dat is wat anders dan een belofte. RME en Universal Audio werken wel op beide platforms, en voor een studio met een Windows-machine valt de 8P daarmee meteen af.

Ook Pro Tools-gebruikers moeten even opletten. De volgorde van de ingangen ligt vast, en met meerdere units onder Pro Tools Studio kan dat lastig worden omdat die versie een beperkt aantal kanalen heeft. Met Pro Tools Ultimate speelt het niet, maar dat is een duur abonnement om een routingprobleem op te lossen.

Dan de software in de doos. Je krijgt Cubase LE, twee maanden proef van Sonarworks, 2 GB aan Loopcloud-downloads en drie maanden Roland Cloud. Dat is het standaardpakket dat ook bij Audients goedkoopste interfaces zit, en in een studio met dit apparaat staat al lang een volwaardige DAW. Een nieuwe vleugel met een gratis blokfluit erbij, zeg maar.

De laatste kanttekening is de prijs. Voor een thuisstudio is dit veel geld voor acht preamps, zeker omdat de klankwinst ten opzichte van een goede interface uit het middensegment klein is. De 8P verdient zichzelf terug in tijd, routing en uitbreidbaarheid, en die voordelen tellen pas mee als je echt vaak met veel kanalen werkt.

Wat we ervan vinden

De Horizon 8P voelt als een apparaat dat is ontworpen door mensen die zelf in een studio werken. De lijningangen die de preamps overslaan, de DB25-poorten, de recall van alle gains en de mogelijkheid om op één driver door te groeien naar honderden kanalen lossen allemaal echte problemen op. De preamps zijn uitstekend, al zijn ze geen reden op zich om je huidige interface weg te doen.

Tegenover de Apollo x8p kiest Audient een duidelijk andere richting: geen DSP en geen emulaties, wel een open systeem dat op de rekenkracht van je Mac leunt. Dat is een gok op de toekomst die ons logisch lijkt, nu een moderne Mac tientallen native plugins tegelijk draait. Wie zijn werk rond UAD-plugins heeft gebouwd, blijft bij Universal Audio. Wie vooral veel goede kanalen wil en vrij wil blijven in zijn pluginkeuze, heeft met de 8P een sterkere basis. Dat hij alleen op de Mac werkt, blijft het grootste gemis.

Prijs en verkrijgbaarheid

De Audient Horizon 8P kost 2.499 euro inclusief btw. De Horizon 16 heeft dezelfde prijs, de Horizon 32 kost 3.299 euro. In de Verenigde Staten is de 8P aangekondigd voor 3.499,99 dollar exclusief sales tax. De interface is sinds 28 september 2026 verkrijgbaar via Audient-dealers wereldwijd, waaronder Thomann, en Audient geeft er drie jaar garantie op.