Audio apparatuur

Zo zet je je studiomonitors goed neer

Een stapsgewijze uitleg over het neerzetten van studiomonitors: de driehoek, de juiste hoogte, afstand tot muren en wat je in de buurt beter weghaalt.

ADAM Audio T7V actieve studiomonitor
ADAM Audio T7V actieve studiomonitor. Foto: Adam Audio

De goedkoopste upgrade voor je monitors is een rolmaat en een middag schuiven. In veel thuisstudio’s staan dure speakers op een plek waar ze nooit kunnen laten horen wat ze kunnen.

Dat is geen kleinigheid. Je mixt op wat je hoort. Klinkt de bas in je kamer dik omdat een speaker in de hoek staat, dan draai je hem in de mix terug. In de auto of op oordopjes klinkt je nummer daarna dun, en je snapt niet waarom. De monitor deed niets fout. De plek wel.

Waarom de plek zoveel uitmaakt

Je hoort meer dan alleen je monitors. Het geluid kaatst ook terug via muren, ramen en je bureau. Op sommige frequenties versterken die reflecties het directe geluid, op andere werken ze elkaar tegen. Zo ontstaan pieken en gaten die niets met je mix te maken hebben. En voor je het weet probeer je in je mix iets te corrigeren wat eigenlijk aan je kamer ligt.

Lage tonen hebben daar het meeste last van. Hoe dichter een speaker bij een muur staat, hoe meer bas er uit de kamer lijkt te komen. In een hoek, waar twee muren en soms een plafond samenkomen, wordt dat nog sterker. Midden en hoog lijden er minder onder, maar het laag gaat dreunen en wordt onbetrouwbaar.

Het goede nieuws: met de volgende vijf stappen los je het grootste deel daarvan op zonder iets te kopen. Pas bij stap vier komt er misschien een paneel of gordijn bij.

Vijf stappen naar een eerlijke luisterplek

  1. Maak een gelijkzijdige driehoek. Zet de linker- en rechtermonitor zo neer dat de afstand tussen de twee speakers even groot is als de afstand van elke speaker tot je hoofd. Jij zit op de punt van de driehoek, meestal achter je mengpaneel of toetsenbord. Pak een rolmaat en meet het echt na; op het oog zit je er vaak een flink stuk naast. Wat je hoort als het klopt: kick, snare en leadzang staan stevig in het midden, alsof er een derde speaker recht voor je staat. Hard gepande gitaren zitten links en rechts aan de rand. Staan de speakers te ver uit elkaar, dan krijg je een gat in het midden en kun je juist de belangrijkste elementen van je mix slecht beoordelen. Staan ze te dicht bij elkaar, dan hoor je niet meer hoe breed je mix eigenlijk is.

  2. Breng de monitors op oorhoogte. De speakers horen op de hoogte van je oren te staan, of iets daarboven. Dan gaat het geluid recht op je oren af en kaatst er minder via het bureaublad of andere vlakken naar je toe. Kom je met je bureau niet uit, omdat het te hoog of te laag is, dan zijn in hoogte verstelbare monitorstandaarden de makkelijkste oplossing. Daarmee kun je later ook nog bijstellen als je een andere stoel of een ander bureau neemt. Wat je merkt: het hoog wordt duidelijker en het beeld verandert minder als je een beetje heen en weer beweegt.

  3. Haal de speakers weg van muren en uit de hoeken. Zet je monitors nooit pal tegen de muur en niet in een hoek. In een hoek hoopt de bas zich op, wordt het laag dreunend en klopt de verhouding tussen laag en de rest niet meer. Staat de ene speaker in een hoek en de andere vrij, dan klinkt de ene kant ook nog harder dan de andere en loopt je stereobeeld scheef. Heb je weinig ruimte, wat in de meeste thuisstudio’s zo is, houd dan een afstand van 5 tot 60 cm tot de muur aan. Daarmee voorkom je de ergste uitdovingen. Schuif in kleine stapjes en luister naar een nummer dat je goed kent: op een gegeven moment wordt de bas strakker en minder wollig.

  4. Demp de reflecties als afstand houden niet lukt. Kan de monitor echt niet verder van de muur, hang dan een absorber op het vlak achter de speakers. Dat werkt minder goed dan een goede plek, maar het vangt een deel van de weerkaatsingen op. Hoe dikker het schuim, hoe meer het in theorie kan opnemen; een dun matje doet in het laag weinig. Per probleem is er een eigen middel:

    • veel ramen: akoestische gordijnen
    • muren die meeresoneren: dik schuim of akoestische panelen
    • hoeken: basstraps
  5. Ruim de directe omgeving op. Tussen jou en de monitors hoort niets te staan: geen laptop op een verhoging, geen stapel boeken, geen extra scherm dat in de weg staat. Zet de speakers ook niet vlak bij een raam. Houd je telefoon, voedingskabels en internetbox bij de speakers vandaan. En hoe mooi het ook staat, hang geen akoestische gitaar of ander instrument met een holle body aan de muur. Die klankkast trilt mee op bepaalde tonen, en dat hoor je terug als een vreemde zoem of een noot die langer doorklinkt dan in je mix.

Wat je vaak ziet misgaan

De meest gemaakte fout is ook de simpelste: de monitors staan direct op het bureaublad. Dat blad trilt mee, vooral in het laag, en die extra kleuring hoor je daarna gewoon als het geluid van je monitors. Een standaard of een verhoogd plateau haalt ze los van het bureau en brengt ze meteen op een betere hoogte. Dat zijn twee problemen tegelijk opgelost.

Bijna net zo vaak: de speakers staan waar toevallig ruimte was. Links naast een kast, rechts in de hoek, de ene twintig centimeter verder van je hoofd dan de andere. Dan klopt de driehoek niet, verschilt de bas per kant en mix je onbewust alles een tikje scheef. Symmetrie is in een kleine kamer bijna belangrijker dan de exacte afstanden. Zorg dat beide speakers ongeveer even ver van de zijmuur en de achtermuur staan.

Een derde valkuil is de kamer gaan corrigeren in je mix. Wie elke keer de bas terugdraait of een EQ op de masterbus zet om de ruimte te compenseren, bouwt de fouten van zijn kamer in de mix in. Eerst de plek goed, dan pas aan je mix gaan draaien.

Ten slotte de absorber als wondermiddel. Een paar dunne panelen achter de speakers helpen tegen weerkaatsingen in het midden en hoog. Tegen een speaker die in een hoek staat te dreunen doen ze weinig. Daar helpen een andere plek of serieuze basstraps.

Even controleren

Heb je alles neergezet, zet dan een paar nummers op die je door en door kent, het liefst ook een paar die je op veel verschillende systemen hebt gehoord. Let op drie dingen. Staat de zang vast in het midden? Hoor je de bas gelijkmatig, zonder dat één toon eruit springt? En klinkt het nog ongeveer hetzelfde als je je hoofd een paar centimeter verplaatst?

Is het antwoord drie keer ja, dan zit je goed. Springt één basnoot eruit, schuif dan nog eens met de afstand tot de achtermuur binnen die 5 tot 60 cm. Klinkt de ene kant harder, meet dan je driehoek opnieuw en kijk of een van de speakers dichter bij een muur of raam staat.

De rolmaat blijft dus het goedkoopste stuk gereedschap in je studio, en waarschijnlijk ook het meest onderschatte.